donderdag 24 november 2022

Vast staat dat ik ga

Vast staat dat ik ga

Door sta

waar ik wil

dat het verandert

Vast staat dat ik sta

Verder ga en wil

Dat het verandert

En eindelijk spring

Dat het verandert

Dat ik verander

Dat de rug soepel wordt

Mijn rug soepel wordt

En toebuigt en staat

En tevoorschijn haalt

Hart en handen

En blijven,

om aan te pakken.


Hilde Droogné

In een kring

In een kring

In een kring verbonden

Tot een donker tasten

oplicht in het donker

En vuurwerk levert

Dat jouw en mijn vel verscheurt tot nieuwe stukken aan elkaar

Een verstellen van onze oude huid.

Het is traag met dikke draad.

Een kreet ontsnapt,

Een krop wordt doorgeslikt en opent onbekend gebied

Een zingen begint, eindelijk.

Buiten roffelt de regen en vernieuwt.

In een kring, in een kring tot we doorgeven aan elkaar

Ons vertrouwen dat het lukt

Kostbaar in onze handen met onze ruggen gesteund

Dit verstelwerk

Het is traag en tastbaar

Nieuw vel tast naar buiten, de aarde als steun

Op handen en voeten,

En opstaan.

 

Hilde Droogné

Ik zou hier willen blijven

Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.


Hilde Droogné

Nederig

Nederig

Is moeilijk

Hoog moedig draag ik

Mijn gezicht op handen

Nederig is moeilijk

Mijn gezicht op de aarde

Rust,

Gevallen dit moeten

voor de eer van onbekenden

Rust en de aarde kruipt in mij omhoog

Vult mijn wangen met lucht en mijn hoofd met zuurstof

Ik lach de onbekenden tegemoet

Nederig is moeilijk voor als het nieuw is

Daarna vernieuwt het me

En toont het eigen vel en beenderen

Waarop ik mijn diepste lied fluit.


Hilde Droogné 

Anders

Anders

Ben ik niet

Dan in de verontruste blik van jouw ogen

Anders ben ik niet

Dan in het stilzwijgen van jouw stem

Anders ben ik niet

Dan in het fronsen van je voorhoofd

Anders ben ik niet

Dan in het wegstappen van je lijf

Blijf staan

Blijf open

Blijf staan

Opdat we samen ademen

Anders en toch verbonden

Jij hoeft mij niet te zijn

Jij en ik wij horen samen,

zonder dezelfde te zijn, zonder te dicht en te veraf van elkaar te staan,

Wij, jij en ik,

jouw en mijn ogen,

jouw en mijn stem,

jouw en mijn voorhoofd,

jouw en mijn lijf,

Een wezen,

vele ogen, stemmen, voorhoofden en lijven.

Eigen wezen.

Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné 

Het kantelt in de lucht

Het kantelt in de lucht

Ik merk het keer op keer

Hoe de kraanvogels overvliegen

Ver weg van jou en mij

Ver weg en diep tureluut roepend in de lucht

Van hoop en verlangen

En terugkeren naar thuis en vrede

Waar liefst geen opengereten kelen

stilzwijgend hun avondlied zingen

Opdat de zon op zou gaan.

Het kantelt in de lucht

Ik merk het keer op keer

Hoe de schermen oplichten

Ver en tegelijk dicht bij jou en mij vandaan

en moord en brand roepen

Van pijn en sterven.

Het kantelt in de lucht

Hoe wij veranderen van lucht

Zuurstof roepen

En stil verstaan

Dat wij de lucht doen kantelen, de aarde doen keren,

Het vuur doen ontbranden, het water doen overstromen,

En proberen dit alles te overvliegen met een stil

Gerommel.

Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné

Als ik het hoor

Als ik het hoor

En probeer het te vertellen

Als ik het zie

En probeer het te tonen

Als ik het voel

En probeer het te zinneprikkelen

Als ik het proef

En probeer het te laten smaken

Als ik het ruik

En probeer het geurspoor ervan te volgen

En de bedding is er

En de klanken, geuren, kleuren zijn er

En jij bent er

Vertel jij mij terug,

Toon jij mij terug,

Zinneprikkel jij mij terug,

Smaak jij mij terug,

Volg jij het geurspoor verder

Waar we bedding volgen

En overgenomen worden

Overgegaan worden, overgedaan worden,

Als vanouds, verder en terug.

Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné

Dit leven

Dit leven

Dit ene leven en niet een ander

Dit leven in mijn handen

Dit leven dat bukt

Dat voorover gebogen wroet en trekt

Naar zich toe of net ver weg vandaan

Dit leven, hier in mijn bukken

Dit leven, hier op de as van mijn tong

Dit leven, het is niet voor het grijpen,

Het is de last die het draagt

Die het loont

In mijn bekken

Waar het zich verzamelt

Om over te stromen.

 Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné

zondag 26 juni 2022

De vonk van wat leeft

De vonk van wat leeft

Roert en draait

In ons zoeken

Roert en draait

En klapwiekt verschrikt

De molen om zijn as.

De vonk van wat leeft

Roert en draait

Om zijn as

Om zijn fluisteren en leegte

Om zijn vleugelslag die vult

De molen met graan.

Die verder maalt en wiekt.

De vonk wiekt de kaars kort.

En ontsteekt in zakken vol.


Hilde Droogné

Als het vuur een vaste baan gevolgd had

Als het vuur een vaste baan gevolgd had

En zich gehouden had aan het parcours,

Als het die opstijgbaan gevolgd was,

en gevlogen op tijd en stond

ontbrandde,

en terug geland, in dit dal.

Wat had dan anders kunnen zijn?

Of is het zoals er geen vaste baan bestond, verkennend zonder route,

Er dan net iets nieuws ontstond,

uit de as die het lam legde, iets nieuws,

Uit wat verdwenen was.

Iets nieuws.

 Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné 

Is er nalatenschap?

Is er nalatenschap?

Is er as die blijft branden?

Een bel die blijft luiden?

Eer betoon zonder werk, dat teloor gaat, soms al meteen, nu meteen,

Of zoals het pak van de zoeker dat in de bomen hangt

Tot het ook verdwijnt.

En belt er iets dat overblijft in de velden

en op het land en in de stad.

En belt het hier in deze avond

In de as die smeult in jouw hart dat nu nog laat

ontbranden

En toont het zich, stilaan, hier samen, wij

Na de as, flikkert het op.

Loopt het met een vlam ervandoor

En zet het zich sprankelend in jou te rusten

Veilige schaal om over te dragen.

Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné 

Als de vlam jouw bekruipt

 Als de vlam jouw bekruipt,

Jouw werk bekruipt,

Als het zich eerst voorzichtig, schuchter nog

nodigt in alle hoeken van jouw kamer,

Alle hoeken van jouw woonst,

Alle hoeken van jouw vel,

Als het er steeds feller

licht doet ontbranden

zonder nog uit te willen doen.

Niet meer luistert. Geen schakelaar nog nodig,

die stilaan mee vuurwerkt.

Als het zich dan zo stevig met dit alles verstrengelt

Dan is het,

Als het jouw in vuur en vlam zet,

Voorbij.

Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné  

Er is iets

Er is iets

Iets dat wacht

Ik weet niet wat het is,

Maar het wacht, op mij, op jou, op tijd

Ik wil het weten,

Ik neem de tijd, en wacht,

En hoor dat het niet om weten gaat.

Het gaat om liggen, lachen,

Het gaat om toelaten,

Het gaat om veel wat wij niet verstaan,

Het gaat om veel wat wij niet toestaan.

Maar als we liggen, lachen, toelaten, dan komt het.

Dan komt het uit onze goed opgeborgen dozen

Dan komt het uit onze oude archieven,

Dan legt het zich zacht in onze ogen

lost het op in onze handen

En zien wij dat wij toelaten

Onze handen reiken uit,

vullen zich, verzamelen schatten uit kostbare tijd

en reiken uit.

Iets dat wachtte is niet meer.

Het is vervuld, staat.

 Ik zou hier willen blijven

In deze cocon van niets

Ik zou hier willen blijven

Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.

Dit nest van eindeloze rust.

Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.

Ik zou hier willen blijven

De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.

Nog even niet hoeven uitvliegen,

Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.

Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,

noch door mij voortgebracht zal worden.

Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest

dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.

Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien

met vleugels die niet wachten.

Het nest ontgroeit.

Ik zet me af en vlieg met open ogen.

Het is de stilte  van de storm die

Ik tegemoet vlieg.

Ik ben eindeloos rustig.

 

Hilde Droogné