Het
kantelt in de lucht
Ik
merk het keer op keer
Hoe
de kraanvogels overvliegen
Ver
weg van jou en mij
Ver
weg en diep tureluut roepend in de lucht
Van
hoop en verlangen
En
terugkeren naar thuis en vrede
Waar
liefst geen opengereten kelen
stilzwijgend
hun avondlied zingen
Opdat
de zon op zou gaan.
Het
kantelt in de lucht
Ik
merk het keer op keer
Hoe
de schermen oplichten
Ver
en tegelijk dicht bij jou en mij vandaan
en
moord en brand roepen
Van
pijn en sterven.
Het
kantelt in de lucht
Hoe
wij veranderen van lucht
Zuurstof
roepen
En
stil verstaan
Dat
wij de lucht doen kantelen, de aarde doen keren,
Het
vuur doen ontbranden, het water doen overstromen,
En
proberen dit alles te overvliegen met een stil
Gerommel.
Ik zou hier willen blijven
In deze cocon van niets
Ik zou hier willen blijven
Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.
Dit nest van eindeloze rust.
Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.
Ik zou hier willen blijven
De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.
Nog even niet hoeven uitvliegen,
Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.
Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,
noch door mij voortgebracht zal worden.
Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest
dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.
Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien
met vleugels die niet wachten.
Het nest ontgroeit.
Ik zet me af en vlieg met open ogen.
Het is de stilte van de storm die
Ik tegemoet vlieg.
Ik ben eindeloos rustig.
Hilde Droogné