Er is iets
Iets
dat wacht
Ik
weet niet wat het is,
Maar
het wacht, op mij, op jou, op tijd
Ik
wil het weten,
Ik
neem de tijd, en wacht,
En
hoor dat het niet om weten gaat.
Het
gaat om liggen, lachen,
Het
gaat om toelaten,
Het
gaat om veel wat wij niet verstaan,
Het
gaat om veel wat wij niet toestaan.
Maar
als we liggen, lachen, toelaten, dan komt het.
Dan
komt het uit onze goed opgeborgen dozen
Dan
komt het uit onze oude archieven,
Dan
legt het zich zacht in onze ogen
lost
het op in onze handen
En
zien wij dat wij toelaten
Onze
handen reiken uit,
vullen
zich, verzamelen schatten uit kostbare tijd
en
reiken uit.
Iets
dat wachtte is niet meer.
Het
is vervuld, staat.
In deze cocon van niets
Ik zou hier willen blijven
Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.
Dit nest van eindeloze rust.
Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.
Ik zou hier willen blijven
De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.
Nog even niet hoeven uitvliegen,
Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.
Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,
noch door mij voortgebracht zal worden.
Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest
dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.
Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien
met vleugels die niet wachten.
Het nest ontgroeit.
Ik zet me af en vlieg met open ogen.
Het is de stilte van de storm die
Ik tegemoet vlieg.
Ik ben eindeloos rustig.
Hilde Droogné
Geen opmerkingen:
Een reactie posten