Als de vlam jouw bekruipt,
Jouw
werk bekruipt,
Als
het zich eerst voorzichtig, schuchter nog
nodigt
in alle hoeken van jouw kamer,
Alle
hoeken van jouw woonst,
Alle
hoeken van jouw vel,
Als
het er steeds feller
licht
doet ontbranden
zonder
nog uit te willen doen.
Niet
meer luistert. Geen schakelaar nog nodig,
die
stilaan mee vuurwerkt.
Als
het zich dan zo stevig met dit alles verstrengelt
Dan
is het,
Als
het jouw in vuur en vlam zet,
Voorbij.
Ik zou hier willen blijven
In deze cocon van niets
Ik zou hier willen blijven
Me warmen aan deze stille leegte waarin niets hoeft.
Dit nest van eindeloze rust.
Terwijl de takken hevig zwiepen buiten, waar ik ze niet voorzie.
Ik zou hier willen blijven
De kou van hevig zwiepende takken verzwijgen nu het nog even kan.
Nog even niet hoeven uitvliegen,
Nog even niet hoeven proberen en bijdragen aan vele luchtspiegelingen.
Gewoon zijn en warmte voelen rondom mij die mij niet is,
noch door mij voortgebracht zal worden.
Gewoon zijn en versmelten met dit rustige nest
dat zich niet uit de takken laat wegwaaien.
Gewoon zijn, en de kou nog niet hoeven wegwaaien
met vleugels die niet wachten.
Het nest ontgroeit.
Ik zet me af en vlieg met open ogen.
Het is de stilte van de storm die
Ik tegemoet vlieg.
Ik ben eindeloos rustig.
Hilde Droogné
Geen opmerkingen:
Een reactie posten